Trans-Pathoflax 2.0 veldproeven 2026
Na het uitzonderlijk natte groeiseizoen van 2024, vormt de aanhoudende droogte van 2025 en 2026 nu een nieuwe uitdaging voor de vlasteelt. Het wintervlas is ondertussen aan het roten en het zomervlas wordt volop getrokken. Het vlas heeft plaatselijk behoorlijk te lijden gehad onder de onweersbuien in juni. Hopelijk blijven verdere zware onweersbuien en extreme weersomstandigheden deze zomer uit, zodat het rotingsproces onder gunstige omstandigheden kan verlopen.
Binnen het Trans-Pathoflax 2.0 project werden dit jaar in Vlaanderen (Inagro) en Frankrijk (Arvalis) diverse proefvelden aangelegd om de impact van drie belangrijke schimmelziekten op vlas te monitoren. Welk invloed de droogte zal hebben op het voorkomen van deze ziektes voor dit seizoen, blijft voorlopig onzeker.
Verticillium verwelking
- Meer dan 20 vlasvariëteiten werden uitgezaaid op een perceel waar natuurlijk inoculum van Verticillium dahliae aanwezig was, besmet perceel om hun respons te observeren.
- Daarnaast werd op ditzelfde perceel een tweede proef opgezet om het effect van verschillende biocontrole middelen op de groei en ziektedruk te evalueren van het vlas.
Septoria & Echte Meeldauw (witziekte)
- Ongeveer 20 variëteiten worden opgevolgd naar hun gevoeligheid voor Septoria en witziekte.
- De effectiviteit van diverse biocontrole producten – waaronder twee die ontwikkeld werden binnen het partnerproject Trans-Lipo – wordt hierbij mee onderzocht.
IPM aanpak van witziekte
- Twee vezelvlasvariëteiten (tolerant vs. gevoelig) worden naast elkaar geteeld in combinatie met het gebruik van een biocontrole middel, om een geïntegreerde ziektebeheersing (IPM) te evalueren.
Een belangrijke uitdaging blijft o.a. de detectie van Verticillium dahliae in het veld, zoals al bleek uit het voorgaande Pathoflax-project. Om de gevoeligheid van de rassen voor ziektes beter te karakteriseren, wordt daarom in dit project gebruikgemaakt van de LITERAL, een draagbaar fenotyperingsinstrument dat met hoge resolutie beelden de groenheid, gewashoogte, bedekking en opkomst meet. Hiermee wordt op zoek gegaan naar bepaalde secundaire symptomen waaraan we deze ziekte kunnen linken om het sneller te kunnen herkennen en te kunnen ingrijpen.
